God als Trooster

De Heilige Geest wordt in de Bijbel ook de Trooster genoemd.

En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal U een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in de eeuwigheid. Johannes 14: 16.

Een aantal teksten in de bijbel waarin wordt gesproken over troost

  • Toen ik door zorgen werd overstelpt, was uw troost de vreugde van mijn ziel. Psalm 94:19
  • Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere trooster te geven, die altijd bij je zal zijn. Johannes 14:16
  • Mijn hart is tot rust gekomen, ik ben niet langer gejaagd; als een kind in de armen van zijn moeder, zo rustig ben ik. Psalm 131:2
  • Je wordt op de arm gedragen, en gekoesterd in haar schoot. Zoals een moeder troost, zo zal ik je troosten. Jesaja 66:13
  • Kan een vrouw haar zuigeling vergeten, zich niet ontfermen over het kind van haar schoot? Zelfs al zouden die het vergeten, Ík zal u niet vergeten. Zie, Ik heb u in beide handpalmen gegraveerd. Jesaja 49:15
  • U hebt mij uit de buik van mijn moeder gehaald, mij aan haar borsten toevertrouwd, bij mijn geboorte vingen uw handen mij op, van de moederschoot af bent u mijn God. Psalm 22:10,11

Bij troost denk ik zelf aan woorden zoals koestering, verbondenheid, aanwezig, vrede, veiligheid, vertrouwen, zachtaardigheid, besef van (wel)zijn, geruststellen, acceptatie, welkom, aanraking, spreekt woorden van liefde, veiligheid, vertrouwen, voorzien in behoeften kind, afstemming.

Als we in onze vroege jeugd dit niet hebben ervaren kan het zijn dat we een gebrek aan verbondenheid, veiligheid en vertrouwen hebben ontwikkeld. Dit is niet alleen bepalend voor ons als persoon, maar tot onze relatie tot anderen en met God.

Zonder veilig besef van zijn, lijden we vaak aan rusteloosheid en een gevoel van verlatenheid. We zitten gevangen in patronen van zorgen, besluiteloosheid en angst. Dit kan worden hersteld door ons te leren verbinden met Jezus. God wil je troosten en je rust geven.

 

———-


 

 

In het boek: Endelijk Thuis van Henri Nouwen waarin hij zijn gedachten deelt bij het schilderij van Rembrandt, de verloren zoon, geeft hij zijn gedachten weer bij de handen van de vader.

De linkerhand van de vader, die de schouder van de zoon raakt, is sterk en gespierd. Ik kan een zekere druk zien, vooral in de duim. Die hand lijkt niet alleen aan te raken, maar met zijn kracht ook vast te houden. Ofschoon er een zekere tederheid spreekt uit de wijze waarop de linkerhand van de vader zijn zoon aanraakt, verloopt de aanraking toch ook niet zonder een stevige greep.

Hoe anders is de rechterhand van de vader. De rechterhand is verfijnd, zacht en teder. Hij is verfijnd, zacht en heel teder. De vingers liggen dicht tegen elkaar en zijn heel sierlijk. Deze hand ligt zacht op de schouder van de zoon en wil alleen maar liefkozen en strelen, troosten en bemoedigen. Dit is de hand van de moeder.

Zodra ik het verschil tussen de twee handen van de vader voor het eerst opmerkte, ging er een nieuwe wereld van zingeving voor mij open. De Vader is niet zomaar een voorname aartsvader. Hij is ook een moeder.

Hij, ik kan ook zeggen: Zij, raakt de zoon dus met een zowel mannelijke als vrouwelijke hand aan. Hij houdt vast, Zij liefkoost. Hij bevestigt. Zij troost. is inderdaad God in wie zowel het manneljke als het vrouwelijke, vaderschap en moederschap, ten volle aanwezig zijn. Die zacht liefkozende rechterhand herinnert mij aan de woorden van de profeet Jesaja: Zal een vrouww haar zuigeling vergeten, een liefhebbende moeder het kind van haar schoot? En zelfs als die het zouden vergeten, Ik vergeet u nooit. Zie Ik heb u in mijn handpalm gegrift.

Ga ik te ver als ik denk dat de ene hand de kwetsbare kant van de zoon beschermt, terwijl de andere hand de kracht en het verlangen van de zoon versterkt om zijn leven te beteren?

Dan is er de ruimte, rode mantel. Met zijn warme kleuren en zijn boogvormig model biedt hij een plek waar het goed toeven is. Op het eerste gezicht leek de mantel die het voorovergebogen lichaam van de vader bedekt, voor mij op een tent die de vermoeide reiziger uitnodigt om rust te vinden. Toen ik naar die rode mantel bleef kijken, kwam echter stilaan een ander beeld in mij op, dat sterker spreekt dan dat van een tent: het beeld van de beschuttende vleugels van de moedervogel. Dat ddeed mij denken aan Jezus woorden over Gods moederlijke liefde: ‘Jeruzalem, Jeruzalem.. hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens veilig vasthoudtuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild! Dag en nacht houdt God mij veilig vast zoals een hen haar kuikens veilig vasthoudt onder haar vleugels. Meer nog dan de het beeld van een tent brengt het beeld van de beschuttende moedervleugels de veiligheid tot uitdrukking die God haar kinderen biedt. Zij drukken iets uit van zorg, bescherming, een plek om te rusten en je veilig te voelen.

Dan zingt mijn hart met de woorden van de psalmist:

Wie in de de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten

vernacht in de schaduw van de Almachtige.

Ik zeg tot de Here: Mijn toevlucht en mijn vesting

mijn God, op wie ik vertrouw

Met zijn vlerken beschermt Hij u

en onder zijn vleugelen vindt gij een toevlucht. (Psalm 91)

Zo verschijnt in de gestalte van een oude joodse aartsvader een moederlijke God, die haar zoon thuis welkom heet. Kijk ik nu weer naar Rembrandts oude man die zich over zijn terugkerende zoon buigt en met zijn handen zijn schouders aanraakt, dan zie ik niet alleen een vader die ‘zijn zoon in zijn armen sluit’, maar ook een moeder die haar kind liefkoost, het met de warmte van haar eigen lichaam omsluit en het op de schoot neemt waaruit het is voortgekomen. Zo wordt de terugkeer van de verloren zoon een terugkeer naar de schoot van God, een terugkeer naar de oorsprong zelf van het bestaan.

Ik zie hier God als moeder, die het kind dat Zij naar haar eigen beeld en gelijkenis heeft geschapen, weer opneemt in haar schoot. De bijna blinde ogen, de handen, de mantel, het voorovergebogen lichaam; ze roepen allemaal goddelijke moederliefde op, getekend door verdriet, verlangen, hoop en eindeloos geduld.

Het mysterie is inderdaaad dat God zich in haar oneindig erbarmen voor eeuwig verbonden heeft met het lot van haar kinderen. Zij heeft in vrijheid gekozen om afhankelijk te worden van haar schepsels. Deze keuze maakt haar verdrietig als haar kinderen haar de rug toekeren, maar bezorgt haar vreugde als zij terugkeren. Haar vreugde zal pas volkomen zijn wanneer allen die het leven van haar ontvangen hebben naar Huis teruggekeerd zijn en zich verzameld hebben rond de tafel die voor hen is aangericht.

Berichten gemaakt 15

Geef een reactie

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven